Les verbes irréguliers en -RE
moudre malen
indicatif présent   impératif   passé composé
je mouds ik maal mouds maal j' ai moulu ik heb gemalen
tu mouds je maalt tu as moulu je hebt gemalen
il moud hij maalt il a moulu hij heeft gemalen
elle ze maalt elle ze heeft gemalen
on men maalt on men heeft gemalen
nous moulons we malen moulons laten we malen nous avons moulu we hebben gemalen
vous moulez jullie malen / u maalt     moulez maal   vous avez moulu jullie hebben gemalen / u hebt gemalen
ils moulent ze malen ils ont moulu ze hebben gemalen
elles elles
indicatif imparfait   futur simple   conditionnel présent
je moulais ik maalde je moudrai ik zal malen je moudrais ik zou malen
tu moulais je maalde tu moudras je zult malen tu moudrais je zou malen
il moulait hij maalde il moudra hij zal malen il moudrait hij zou malen
elle ze maalde elle ze zal malen elle ze zou malen
on men maalde on men zal malen on men zou malen
nous moulions we maalden nous moudrons we zullen malen nous moudrions we zouden malen
vous mouliez jullie maalden / u maalde   vous moudrez jullie zullen malen / u zult malen   vous moudriez jullie zouden malen / u zou malen
ils moulaient ze maalden ils moudront ze zullen malen ils moudraient ze zouden malen
elles elles elles
Les formes conjuguées de ce verbe sont peu employées dans le français parlé.

De vervoegde werkwoordsvormen van dit werkwoord komen in het gesproken Frans weinig voor.