Le verbe PRENDRE
Cliquez ici pour voir le tableau de conjugaison.
Complétez les cadres. Cliquez ensuite sur "correction".
Conjuguez.
prendre
nemen
indicatif
présent
impératif
passé composé
je
ik neem
neem
j'
ik heb genomen
tu
je neemt
tu
je hebt genomen
il
hij neemt
il
hij heeft genomen
elle
ze neemt
elle
ze heeft genomen
on
men neemt
on
men heeft genomen
nous
we nemen
laten we nemen
nous
we hebben genomen
vous
jullie nemen / u neemt
neem
vous
jullie hebben genomen / u hebt genomen
ils
ze nemen
ils
ze hebben genomen
elles
elles
indicatif imparfait
futur simple
conditionnel présent
je
ik nam
je
ik zal nemen
je
ik zou nemen
tu
je nam
tu
je zult nemen
tu
je zou nemen
il
hij nam
il
hij zal nemen
il
hij zou nemen
elle
ze nam
elle
ze zal nemen
elle
ze zou nemen
on
men nam
on
men zal nemen
on
men zou nemen
nous
we namen
nous
we zullen nemen
nous
we zouden nemen
vous
jullie namen / u nam
vous
jullie zullen nemen / u zult nemen
vous
jullie zouden nemen / u zou nemen
ils
ze namen
ils
ze zullen nemen
ils
ze zouden nemen
elles
elles
elles
Correction
OK